Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR2954

Datum uitspraak2004-09-24
Datum gepubliceerd2004-09-29
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200404847/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij besluit van 18 september 2003 heeft de gemeenteraad van Zaltbommel, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 september 2003, het bestemmingsplan "Buitendijks gebied" vastgesteld. Verweerder heeft bij besluit van 27 april 2004, nr. RE2003.95861, over de goedkeuring van het plan beslist. Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 14 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 16 juli 2004, beroep ingesteld. Bij brief van 14 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 16 juli 2004, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.


Uitspraak

200404847/2. Datum uitspraak: 24 september 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoekster], gevestigd te [plaats], en het college van gedeputeerde staten van Gelderland, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 18 september 2003 heeft de gemeenteraad van Zaltbommel, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 september 2003, het bestemmingsplan "Buitendijks gebied" vastgesteld. Verweerder heeft bij besluit van 27 april 2004, nr. RE2003.95861, over de goedkeuring van het plan beslist. Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 14 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 16 juli 2004, beroep ingesteld. Bij brief van 14 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 16 juli 2004, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 september 2004, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [directeur] van de vennootschap, en door mr. J.N. Scholten, gemachtigde, is verschenen. De gemeenteraad en verweerder zijn, beide met bericht van afwezigheid, niet verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2. Het plan heeft betrekking op de uiterwaarden van de gemeente Zaltbommel. Het voorziet in de concrete toepassing van de Beleidslijn “Ruimte voor de rivier” op de aanwezige bebouwing in het buitendijks gebied van die gemeente. 2.3. Verzoekster stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plandeel met de bestemming “Bedrijfsbebouwing” en de aanduiding “HA handels-/reparatiebedrijf” op het perceel [locatie] te [plaats]. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat het plan ten onrechte niet voorziet in de mogelijkheden om een eerste dienstwoning te bouwen en om de bestaande bebouwing op het perceel te vervangen door één groot gebouw. In dit verband stelt zij dat verweerder zijn besluit onvoldoende gemotiveerd heeft. 2.4. Verweerder heeft geen reden gezien het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten en heeft het plan goedgekeurd. 2.5. Het verzoek strekt er toe dat verwezenlijking van een bestemming waarbinnen de bouw van een toekomstige eerste dienstwoning en het vervangen van de gebouwen op het perceel door één gebouw zijn toegestaan, mogelijk wordt, terwijl het bestemmingsplan niet in die mogelijkheid voorziet. Verzoekster is niet gebaat bij schorsing van dit deel van het bestreden besluit aangezien daarmee verwezenlijking van de gewenste bestemming niet mogelijk wordt. Een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt is te verstrekkend, aangezien het scheppen van die mogelijkheid niet met een uitspraak van de Afdeling kan worden bewerkstelligd. Die uitspraak zou kunnen strekken tot onthouding van goedkeuring aan het desbetreffende plandeel, doch daarmee zou verwezenlijking van de gewenste bestemming nog niet mogelijk zijn. 2.3. Gelet hierop dient het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen. 2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van Staat. w.g. Dolman w.g. Kooijman Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2004 177-449.